Verloren jaren 1945 - 1978

Tijdlijn met gebeurtenissen uit 1946 tot 1978, inclusief de opheffing van Nymphaea door de bloeddienst in 1946, de aankoop door Dick Pels van Nymphaea in 1978, en belangrijke renovaties en verplaatsingen van het schip door Erna Lockhorst tussen 1950 en 1972.

Na de gevorderde inname door de Duitsers in 1941 blijft het lot van de Nymphaea lange tijd onbekend. Pas in 1946 wordt het schip door de Koninklijke Marine teruggevonden en overgedragen aan het Loodswezen. Daar krijgt het een nieuwe functie als inspectie- en hulpbetonningsvaartuig en wordt het in een sobere, donkergrijze kleur geschilderd.

Onder de naam ‘Onrust’ doet het dienst als een functioneel werkvaartuig, maar het was tegelijkertijd ook een exclusief vervoermiddel voor de directeur-generaal. Het schip verliest in deze periode veel van haar oorspronkelijke luxe, maar blijft wel in actieve vaart.

Zwart-witte foto van een oude stoomboot op het water met gebouwen op de achtergrond.

De Onrust in Amsterdam-noord op het water “IJ“, 4 September 1948.

In 1950 wordt de ‘Onrust’ verkocht en verdwijnt vervolgens een decennium lang uit zicht. Pas in 1960 duikt het weer op, vastgelegd op een foto, waaruit blijkt dat het inmiddels witte schip zonder motoren in Nigtevecht ligt. In deze jaren wisselt het jacht meerdere keren van eigenaar en kent het een reeks kleurrijke bezitters, waaronder de Amsterdamse kastelein Van der Wiele en antiquair Jan Bronsdijk, die bekend stond als ‘Jan met de gouden handjes’.

De beruchtste eigenaar in deze periode is echter Jan Smit, een beruchte kroegeigenaar en onderwereldfiguur. Onder zijn beheer krijgt het schip een nieuwe naam: ‘Lord Onrust’, een toepasselijke benaming voor een jacht met een onstuimige geschiedenis.

Zwart-wit foto van een rivier met een grote historische stoomboot en omringende huizen en bomen.

De Onrust in Nigtevecht, 1960.

Zwart-wit foto van een oude stoomboot met mensen aan boord die op een rustige rivier ligt, omringd door bomen.

Bij scheepswerf: Pampus, Bovendiep, 1961.

Wanneer Dick Pels het schip in 1978 overneemt, verkeert het nog steeds in slechte staat. Op 1 augustus 1978 neemt Pels zijn intrek op de Nymphaea en begint hij met een grondige restauratie. Hij besluit het schip haar oorspronkelijke identiteit terug te geven, inclusief de historische naam Nymphaea en haar kenmerkende crèmekleurige uiterlijk.

Hiermee begint een nieuwe periode waarin het jacht, na decennia van verval en transformatie, stukje bij beetje wordt hersteld in haar vroegere glorie.

Bron: Dick Pels, Nymphaea, Autobiografie van een jacht, Walburg Pers, 2023

Een verouderde en gedeeltelijk onder water staande steiger met een verbodsbord dat toegang voor onbevoegden verbiedt, langs een waterkant met planten en een kleine hut.

Beheer -I, herfst 2021

In 1972 begint een nieuw hoofdstuk wanneer lerares Erna Lokhorst het schip koopt en verplaatst naar de Houthaven in Amsterdam. Deze plek, destijds een vrijhaven voor een bont gezelschap van alternatieve bewoners, vormt het decor voor een eerste poging tot restauratie.

Samen met haar man Fred voert Erna veel van de werkzaamheden zelf uit. De vooruitgang is echter traag en de klus blijkt groter dan verwacht.

Een oude rivierboot genaamd Lord Onrust ligt vast aan de kade in een haven met andere boten en gebouwen op de achtergrond.

Lord Onrust, 1974